REC Rivierenland: Actueel

Leren lezen om beter te praten kan met Leespraat


Kinderen met een dysfatische ontwikkeling, bijvoorbeeld kinderen met Down Syndroom, begrijpen veel meer taal dan ze actief kunnen gebruiken. De leerkracht merkt dat de leerling bijvoorbeeld  in een kringsituatie moeilijk zijn verhaal kan verwoorden. De leerling begrijpt de vragen over het onderwerp echter wel. Leespraat is een leesmethode die ingezet kan worden om het actieve taalgebruik, waaronder articulatie te verbeteren. 

Leespraat gaat uit van betekenisvolle, en voor het kind, functionele woorden. Zo kan het eerste woord wat het kind leert ‘friet’ zijn.
In plaats van het leren lezen via het spellen van woorden, zoals gebruikelijk in groep 3, leert de leerling direct de hele woorden herkennen. Ze zien het in eerste instantie net zoals ze een plaatje herkennen. Je neemt hiervoor woorden uit de belevingswereld van het kind. In de methode Leespraat wordt gebruik gemaakt van de volgende strategieën: 

  • directe woordherkenning
  • woorddelen herkennen
  • een deel van een onbekend woord verklanken

Door taal visueel te maken ziet de leerling de letters van de woorden en leert hoe deze uitgesproken moeten worden. Het leesproces verloopt van globaal naar analytisch. Door korte zinnen met de functionele woorden te maken leert de leerling beter praten bijvoorbeeld papa friet! Naast de visuele taal leert
hij/zij met deze kennis, te horen welke klanken er in een woord zitten en welke woorden er in een zin zitten. De ervaring leert dat de leerling na zo’n 60 woorden de overstap kan maken naar een reguliere leesmethode. Daarom wordt al vroegtijdig begonnen met de methode Leespraat

Wilt u deze methode in gaan zetten voor een leerling uit uw groep dan kunt u ondersteuning vragen van een van onze ambulant begeleiders. 

Telefoon 024-3602873 of info@abrecrivierenland.nl